|
> Attractielijst
> Locatie
> Recentste bezoek 26 juli 2006 > Reportage Bobbejaanland werd geopend op 31 december 1961 door Bobbejaan Schoepen en zijn vrouw Josée. Tijdens de eerste jaren stond het park vooral bekend om zijn wervelende shows en zijn strand waar zonneplakkers uren konden genieten van de zon of zich konden wagen aan een duik in het meer. Onder invloed van omliggende parken zoals Phantasialand en Walibi startte Bobbejaanland in het midden van de jaren '70 met forse uitbreidingen. De eerste attracties zagen het levenslicht, waaronder het Reuzenrad, de Looping Star, de Santa Maria en niet onbelangrijk een groot cowboydorp dat Bobbejaanland de status van een westernpark gaf. Bobbejaan Schoepen slaagde er in om van een moerassig en troosteloos gebied een aantrekkelijk attractiepark te maken dankzij waardevolle toevoegingen tijdens de bruisende jaren '80 waaronder de Wervelwind, de Air Race en de Revolution. Tijdens de jaren '90 werd er duidelijk minder gedurfd geïnvesteerd en de laatste jaren nam vooral Jacky Schoepen, zoon van Bobbejaan, het heft in handen. Hij voegde grote nieuwigheden toe zoals de Sledge Hammer en Typhoon, maar het mocht niet meer baten. Het park werd eind 2004 verkocht aan Parque Reunidos, de pretparkgroep die ook eigenaar is van Parque de Atracciones te Madrid. Men heeft sindsdien kleine verbeteringen proberen aan te brengen die stuk voor stuk zijn uitgedraaid op een sisser van formaat. Zo heeft men vooraan in het park een gezellig plein trachten te creëren: leuke poging, maar van sfeer is weinig te merken. Wat we wel zien zijn kitscherige vlaggen en parkmascottes die de talrijke gasten opdringerig aanklampen voor een foto. Voor de toegang tot het parkgedeelte met o.a. de Santa Maria en Typhoon is er een in 2005 een ingangspoort geplaatst, al is een houten hek een toepasselijker woord. Slimme bezoekers besluiten niet om tussen de drukte te gaan wachten tot de poort open gaat, maar slaan gewoon linksaf waar je wél gewoon het park in kan. Op die manier kan je snel de eerste ritten mee pikken op de Bob Express of El Paso Special die op dat moment er nog verlaten bij liggen. We starten onze dag dan ook vol nostalgie op de klassieke darkride El Paso Special, geopend in 1988 en in die tijd de eerste interactieve attractie van Europa. El Paso Special is een kruissmelting tussen Mack die het transportsysteem maakte en het Engelse Space Leisure Design die de techniek, de animatronics en scènes ontwierp. Space Leisure Design was lange tijd een belangrijke speler op het gebied van thema-attracties, want zij stonden ook in voor de decoratie van het Paleis van Ali Baba in Walibi, en de Bengal Rapid River en het Tico Tico Theater in Bellewaerde Park. In de wagentjes, die eerder lijken op zitbankjes op een metalen plaat, rijd je doorheen kitscherige scènes waar je de animatronics in beweging kan brengen door te schieten met je laserpistool. Een attractie die inmiddels sterk verouderd is door de komst van Challenge of Toetanchamon in Walibi Belgium. Toch weet El Paso Special nog steeds te bekoren: het is nog één van de weinige attracties met een authentiek westerngevoel en is nog steeds een vaste waarde binnen het park.
De eerste coaster tijdens ons rondje Bobbejaanland is de Bob Express, een Mack powered coaster die zich een weg baant over de ongeveer tien meter hoge rotspartij van de wildwaterbaan. Het is één van de weinige attracties met een groot en mooi stationsgebouw. Helaas is deze lijn niet doorgetrokken naar het parcours waarlangs de trein rijdt: de track oogt vrij kaal boven het water. Een fontein of wat meer groen was toch welkom geweest. De soortgelijke versies in Plopsaland, Europa Park en Heidepark zijn beter geïntegreerd in hun omgeving. Verwacht geen achtbaan waar je tintelend van de adrenaline uitstapt: met zijn topsnelheid van slechts 36 km/u is de Bob Express een simpele familiecoaster.
In 2004 pakte de Schoepenfamilie uit met maar liefst drie nieuwigheden. Eén ervan was de Oki Doki, een Vekoma junior coaster aan de rand van het meer. De wachtruimte en het station ogen erg onaantrekkelijk, zeker als je er rekening mee houdt dat deze juniorbaan over een fantasierijke en vrolijke uitstraling zou moeten beschikken om kinderen aan te trekken. Na een lift van 16 meter duik je tegen een topsnelheid van 58km/u schuin naar beneden. Daarna volgt er nog een butterfly element, niet te verwarren met de inversie die we terugvinden bij Goudurix in Parc Astérix. Oki Doki is een erg amusant baantje, maar is met zijn ritduur van één minuut vooral erg kort. Bovendien is het mij een raadsel wat een zoveelste familiecoaster in het park kwam doen, aangezien de ritervaring toch doet denken aan de Bob Express die amper vier jaar eerder zijn intrede maakte. De meerwaarde van de Oki Doki is dan ook niet echt groot, al biedt hij wel een iets leukere rit dan de Bob Express.
Bobbejaanland heeft twee wildwaterbanen. De eerste dateert al van 1980, uit een tijdperk dat dit attractietype in België enorm hot was. In 1978 opende Walibi in Wavre de eerste boomstamrivier van België en het succes was ongezien: er vormden zich al snel rijden die leidden tot uren wachttijd. In 1980, twee jaar later, opende zowel Bellewaerde Park als Bobbejaanland hun eigen boomstambaan: de River Splash in Ieper doet het met één finaledrop, maar de Wild Water Slide in Bobbejaanland trakteert zijn bezoekers op twee afdalingen van elk 12 meter hoog omgeven door een decor van rotsen en een waterval. De rotspartij ziet er op zijn zachtst gezegd onrealistisch uit, maar het is beter dan niets. De beide drops zijn relatief droog en op geen enkel moment is het ritverloop verrassend. Opvallend is dat de Wild Water Slide steevast een langere wachttijd heeft dan de nochtans veel betere Indiana River. De Indiana River is een gelijkaardige boomstambaan als de Wild Water Slide, maar volledig gethematiseerd in een fabelachtig decor van de Azteken. Het avontuur start al in de wachtruimte die een typische sfeer uitstraalt. Het tropische binnenmeer oogt prachtig met tal van subtiele details en een aantal verscholen dieren zoals een klein aapje, papegaaien en een reuzengorilla die bij de start van je avontuur oogluikend toekijkt. Door middel van een holle boomstam kom je in een donkere, lage grot terecht met in de duistere hoeken mystieke gezichten. Langzaam dring je dieper in de Verboden Stad van de Azteken: je vaart langsheen mysterieuze tempels met hogepriesters en langs blinkende schatten bewaakt door een leger van slangen. Instortende tunnels, stroomversnellingen en drie drops in volledige duisternis maken de totaalbelevenis van Indiana River compleet. Meer dan twee jaar verliep er tussen het concept en de opening in 1992, maar het was de moeite waard: de Indiana River is een attractie waar Bobbejaanland trots op mag zijn.
Achteraan het park vinden we weer een vleugje Mexico terug met de Aztek Express, een erg mooie bidule. Helaas is de ritervaring minder geslaagd dan de kermisversies. Nog achteraan het park vinden we Kinderland: een overdekt paradijs bestaande uit drie verdiepingen vol kinderattracties, speciaal voor de allerkleinste bezoekertjes. Naast de Aztek Express staat de Dreamcatcher, de oudste achtbaan in het park die voorheen door het leven ging als de Air Race. Air Race was nooit een topper geweest met en het enige lichtpunt is zijn originaliteit en mooie uiterlijk boven het water. Verder valt er over deze baan niet veel goeds te zeggen: de trein davert over zijn spoor en de lay-out bestaat vrijwel uitsluitend uit helixen.
De El Rio is een Hafema rapid river die destijds heel wat stof deed opwaaien door zijn originele elementen. In tegenstelling tot de Intamin rapid river vaarde je niet zomaar doorheen een onstuimig waterparcours, maar had je ook een ingenieus liftsysteem, een drop en een draaikolk waar je steevast soaked uitkwam. El Rio kreeg helaas een aantal aanpassingen: de draaikolk werd minder hevig gemaakt en het liftsysteem en bijbehorende drop zijn sinds jaren niet meer operationeel wegens veiligheidsvoorschriften. Nu moeten we het stellen met een tamme rit met amper één hoogtepunt: de draaikolk. Daarna dobber je rustig verder naar het station: jammer genoeg zijn er geen onverwachte stroomversnellingen of hoge golven te bemerken. De thematisering is wisselvallig uitgewerkt: op bepaalde punten staan prachtige beelden of mooie tuinen, maar op andere plekken is het één grote betonbak waar je doorheen vaart. De El Rio is zo'n attractie die je bij elk bezoek wel doet, maar die telkens opnieuw een teleurstellende rit voorschotelt.
Ik weet nog goed toen de Speedy Bob werd aangekondigd in '98 "Speedy Bob: reuze dubbele achtbaan, enig in Europa" en hoe ik met grote verwachtingen naar Bobbejaanland trok om te constateren dat die "reuze" toch maar een klein reusje was. Maar aangezien ik nog nooit zo'n wilde muis had gedaan, kroop ik er toch in met hoge verwachtingen. De illusie was snel voorbij: het was helemaal geen prettige ervaring door de korte bochten en pijnlijke remmen. Wilde muizen zijn nooit mijn favoriete soort achtbaan geweest en hoe meer ik ze doe, hoe slechter ik ze vindt. Wie vindt dat nu écht leuk om door die bochten met veel te veel zijwaartse krachten geduwd te worden en wie vindt dat nu écht leuk om opeens midden in het circuit afgeremd te worden tot quasi stilstand omdat er een drop zit aan te komen van hooguit vijf meter. Ik hoor vaak mensen klagen over Goudurix, over Space Mountain, over X-press, als het maar van Vekoma komt ..., maar waarom hoor ik niemand klagen over de verschrikkelijke ruwheid van wilde muizen? Omdat ze gebouwd zijn door het heilige Mack of omdat men tegenwoordig kickt op familiecoasters? Speedy Bob is niets meer dan twee gespiegelde standaard wilde muizen, waarvan meestal maar één baan geopend is. Het is dan ook erg betreurenswaardig dat voor deze nietszeggende coaster een groot gedeelte van het oude westerndorp is moeten wijken.
Bijna 25 jaar lang wist de Looping Star de bezoekers te plezieren, maar eind 2003 was hij aan het eind van zijn Latijn. Het jaar nadien opende Typhoon: een sensationeel ogende rollercoaster met een 97°-drop van 26 meter als opvallendste aantrekkingspool. Typhoon is -tegen alle verwachtingen in- op zijn zachtst gezegd geen waardige opvolger van de Looping Star. Na een slome lift bereik je de top, maar vooraleer je het goed en wel beseft daver je de 97°-drop naar beneden: bovenaan de lift is er weinig sprake van spanningsopbouw en de drop is te laag om een overdonderend gevoel na te laten. De daaropvolgende looping spaart geen enkele passagier: ieder krijgt een rake klap te verwerken bij het ingaan van deze 19-meter-hoge looping. Na een -veel te harde- remsectie duik je aan een traag tempo de twee heartline-rolls in, om vervolgens opnieuw afgeremd te worden. De rest van het parcours bestaat voornamelijk uit korte bochten -die wat doen denken aan die van een wildemuis achtbaan-, twee helixen en nog een extra heartline-roll. Qua ritervaring is deze coaster teleurstellend, maar wat nog meer stoort is de vreselijk slechte inplanting van deze baan. De Typhoon staat gewoon op een betonplaat, waardoor je in een kermiscoaster lijkt te zitten. Men heeft hun best gedaan om van het station iets te maken, maar het semi-futuristische thema sluit niet aan bij de omgeving waarin de coaster staat. Van een coaster die geopend werd in 2004 verwacht je meer dan een hoop hopeloos staal op een betonplaat.
Tijd voor twee klassiekers: de Break Dance en de Troika, die beiden pure nostalgie weten te bieden. De Troika dreigt binnenkort te verdwijnen, maar voor mijn part mag hij er zeker wezen. Ondanks zijn ouderdom en slechte onderhoud biedt de Troika nog heel wat airtime. In 2004 opende de Slegde Hammer, een reuzenhamer die samen met de Fly Away -een vernieuwende variant op de Enterprise- de thrillzone in het park vormt. Deze zone oogt nog steeds onafgewerkt: je vindt er nog tal van sporen van vorige attracties zoals de overkapping van de Cowboy Express, een Schwarzkopf Bayern Kurve. De Slegde Hammer is de sensationeelste attractie in Bobbejaanland: deze vierpotige supermachine oogt schrikbarend, maar is al bij al vrij makkelijk te bedwingen: door de korte rit is de kans op misselijkheid vrijwel nihil. Wat je wel krijgt op de Sledge Hammer is een sterk snelheidsgevoel: aan meer dan 100km/u vlieg je door de lucht. De Sledge Hammer is allesbehalve mijn favoriete attractietype, maar het is voor Bobbejaanland een mooie aanwinst in het attractieaanbod.
Helemaal verscholen tussen de bomen vinden we de Mambo: een Matterhorn draaimolen die voorheen achteraan het park stond en samen met de Aztek Express een geslaagde Mexicaanse thematisering meekreeg. Helaas zijn beide attracties nu gescheiden van elkaar en staat de Mambo nogal doelloos te wezen in één van de weinige groene gedeeltes van het park. Nog zo'n attractie die er wat wezenloos bijstaat is de Bobby Drop: een 13-meter-hoge spinning raft. Door de lage capaciteit vormen zich hier al snel lange wachttijden. De rit is bovendien zodanig kort dat aanschuiven voor deze attractie pure tijdverspilling is. Een gemiste kans, want de langere versie in Parc Astérix is wél goed. Na deze flopattractie zien we de Hall 2000 opduiken: een verouderd indoorgedeelte met heel wat betaalspelletjes. Aan het einde zien we het paradepaardje van het park: de Revolution, een indoorcoaster gebouwd door Vekoma. De Revolution is uniek ter wereld en is een prachtige combinatie van darkride en rollercoaster, ondersteund door een futuristische film en talrijke licht- en geluidseffecten. De Revolution is altijd mijn favoriete attractie in Bobbejaanland geweest en dit is ook nu niet anders: de sfeer wordt perfect opgebouwd tijdens het liftgedeelte en vindt zijn apotheose tijdens het snelle coastergedeelte. Tijdens de afgelopen jaren raakte de Revolution in verval, maar sinds dit jaar is de film gerestaureerd, zijn er tal van lichteffecten bijgevoegd en is de originele soundtrack terug van weggeweest. Het doet me een groot plezier om te zien dat deze Belgische klassieker de aandacht krijgt die hij verdient.
Tenslotte passeren we de Santa Maria: één van die weinige attracties die nog afstamt van de beginperiode van het attractiepark. De Santa Maria opende in 1979 en was toen één van de hoofdattracties in het park: zo'n schommelschip was in die tijd nog een grote bezienswaardigheid. Nu is de Santa Maria nog maar een schaduw van zichzelf: de imposante vlaggenmast werd ingeruild voor onnozele kermisvlaggen en de ritervaring gaat elk jaar gestaag achteruit. Achter de Santa Maria kunnen we nog genieten van een rit op de Flying Orca, de Kettingmolen en de Koggemolen: drie varianten op het principe van een draaimolen, de éne al sneller dan de andere. Leuk als je tijd te veel hebt, maar uiteindelijk zijn dit overbodige attracties die absoluut geen meerwaarde bieden aan het attractieaanbod.
Tijdens het tweede jaar Parque Reunidos in Bobbejaanland valt er moeilijk een balans op te maken. Het park is niet echt veranderd tegenover vroeger. Bobbejaanland was de laatste jaren uitgegroeid tot een puinhoop qua thema's. Her en der zijn Mexicaanse thema's te vinden, maar nergens vertonen ze een vorm van samenhang. De authentieke westernstijl vind je nog amper terug en dat is zeker te betreuren. Attracties zoals El Paso Special en het kleine overblijvende gedeelte van het Westerndorp schenken ons nog een glimp van het échte Bobbejaanland: het land van cowboys en indianen. Daarnaast zijn er heel wat attracties -zoals de Typhoon, Sledge Hammer en de talloze draaimolentjes- die ervoor zorgen dat het park een kermisuitstraling heeft. Vooral de betonnen vlaktes in het eerste gedeelte van het park zijn een doorn in het oog: er is dringend nood aan meer rustgevend groen in Bobbejaanland. Bovendien zijn er heel wat attracties onafgewerkt. Als doordeweekse klant zal je je wellicht niet storen aan het amateurisme waarmee er gewerkt werd in het verleden, maar het laat wel zijn sporen na: El Rio is maar deels gethematiseerd, de Sledge Hammer moet het stellen met het operatorshokje van de Looping Star en de stations van Okidoki en Air Race zijn anno 2006 van een onaanvaardbaar laag niveau. Op vlak van thematisering, afwerking en voldoende natuurrijke rustpunten doorheen het park is er nog veel werk aan de winkel. Maar ook het attractieaanbod krijgt een rode kaart. Ik moet toegeven dat attracties zoals de Revolution, Indiana River en Sledge Hammer knappe attracties zijn, maar toch heeft het park dringend nood aan meer attracties die de moeite waard zijn: attracties die je lokken. Heel wat attracties bieden weinig meerwaarde aan het park, maar nemen jammer genoeg wel plaats in: wat is het nut van talloze draaimolentjes? Ik kan best aannemen dat dit de capaciteit van het park verhoogt en dat daardoor de wachttijden in Bobbejaanland steeds binnen de perken blijven, maar anderzijds geeft het aan het park een drukke kermisuitstraling. Het lijkt alsof in Bobbejaanland de hoeveelheid attracties het belangrijkste is, maar geef mij maar kwaliteit. Natuurlijk is het niet allemaal kommer en kwel in het plezantste land. Bobbejaanland heeft met de Indiana River en Revolution twee prachtige attracties die zelfs op Europees niveau kunnen meedraaien. De Typhoon, de Fly Away en Sledge Hammer zijn drie thrillrides die voor de meeste bezoekers een imposante indruk nalaten. Daarnaast is Bobbejaanland ook een park dat goed scoort qua onderhoud en capaciteit. Een dagje Bobbejaanland staat dan ook garant voor een dagje ontspanning. Hopelijk slaat Parque Reunidos de juiste richting in met het park en bouwen ze het verder uit met een aantal goede kwaliteitsvolle attracties en dito thematisering. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||